h1

Deel 4: Tijdloze tradities

november 29, 2007

1923.jpg Nog een maandje en dan is het 2008. Nog één maand en uw universiteit bestaat 85 jaar.

Natuurlijk, er is heel wat veranderd sinds de universiteitsoprichting. Zo schijnt het wereldwijd 0,6 graden Celsius warmer te zijn, ligt de zeespiegel een penislengte hoger, en ligt Amerika dankzij plaattektoniek ongeveer 130 meter verder van het Europese vasteland.

De Radboudiaan (H. radbodi) heeft ook z’n veranderingen ondergaan. Wist u bijvoorbeeld dat door de komst van gekookt en zacht voedsel, zoals Refter-maaltijden en McDonald’s, uw verstandskiezen overbodig zijn geworden, waardoor ze bij steeds minder Radboudianen door het tandvlees komen? Of dat uw achterkleinkinderen met een veel kleinere kleine teen, blindedarm en stuitje ter wereld zullen komen? Wie denkt dat het H. radbodi-lichaam een statische vorm heeft, heeft het mis: alle ballast wordt overboord gegooid.
Evolutie heet dat; het proces dat ervoor zorgt dat we steeds verder van die schreeuwerige aapachtige voorouder komen te staan. Die ontwikkelingen hoeven overigens niet altijd positief te zijn: zo zijn uw zaadcellen – als u een man bent – een stuk trager en minder in aantal dan die van uw betovergrootvader.

Evolutie kan raar lopen. Zo zijn een paar studenten op de universiteit niet aangepast aan de moderne tijden en hebben ze de dans der evolutie ontsprongen. Alles aan hun gedrag bewijst hun stilstand: hun liefde voor tradities, de overkill aan Latijnse termen in hun vocabulaire, ouderwetse kapsels, archaïsche gewoonten en een vooroorlogse air.

Als roerige primaten en hitsige haantjes brallen ze hun dagen vol. Concurrentie, jaloezie, imponeergedrag, machtsvertoon, verkrachtingen, geslachtsziekten: het is verwonderlijk dat John de Mol er nog geen real life soap in heeft ontdekt. In Afrika primitieve culturen? U moet eens bij deze wilden op bezoek gaan.
Gelukkig hebben ze clubjes opgericht, waarmee ze zichzelf en hun mede-Radboudianen beschermen. Achter de gesloten deuren van verschraalde sociëteiten drinken ze hun bier, zingen ze hun liederen en neuken ze hun vrouwen. Een eigen rechtsorde zorgt voor de instandhouding van het interne reglement. Waren er geen regels, dan hadden ze elkaar stuk voor stuk met een jeneverfles de kop ingeslagen, en was hun ‘cultuur’ voor altijd verloren gegaan.

En dan de kleding. Dragen ze geen apenpakjes, dan zijn het wel knalgele of feloranje polo’s. Vast en zeker afgekeken bij Moeder Natuur. Kijk eens naar een rups van Tyria jacobaeae: zo fel dat geen enkele vogel het waagt dat mollige klompje eiwit aan de snavel te spietsen. Een waarschuwing: ‘Kom niet te dicht bij me, ik ben slecht voor je gezondheid.’ Bij die polo’s werkt het niet anders. Het zijn dierlijke, maar duidelijke signalen.

Nog een maandje, dan is het 2008.
Tientallen oorlogen later, miljoenen joden minder, en ontelbaar veel planten- en dierensoorten verloren. Het waren vanaf 1923 in ieder geval geen saaie jaren.

Gelukkig bestaat de 1 januari-traditie: tijd voor nieuwe voornemens en verandering. We moeten verder!
Behalve op de Nijmeegse studentensociëteiten. Daar lijkt juist die goede traditie niet te bestaan, maar slaapt men elk jaar op 1 januari de alcoholroes uit. En worden ze weer wakker. In 1923, alweer.

h.radbodi@gmail.com

Laat een reactie achter