h1

Deel 6: Pauwenvolkje

februari 1, 2008

pavo.jpgTrots, het was al een woordje dat een dubieus chauvinistisch smaakje in de mond gaf. Rita Verdonk zorgde dat daar nog een krachtig bouquet van muffige Oud-Hollandse tradities zoals balkenbrij, zure zult en appelhappen overheen ging.

Het woord ‘trots’ is helaas vanuit populistische kringen geïntroduceerd in het academische milieu van de Radboudianen (H. radbodi). Het alfamannetje van deze populatie, collegevoorzitter Roelof de Wijkerslooth, hamerde in zijn Nieuwjaarsrede dat Radboudianen trotser moeten zijn op de Nijmeegse universiteit. Het lijkt wel of Verdonk – een oud-student, godbetert – het woordje persoonlijk in de oren van de De Wijkerslooth heeft gelispeld.
Of we nu willen of niet, het alfamannetje is de baas, en we kunnen hem maar beter gehoorzamen. Maar hoe doe je dat, trots zijn?

Je moet het vooral uitstralen. De pauw (Pavo sp.), de vogel die het bezoek aan de kinderboerderij altijd een extra dimensie gaf dankzij het door merg en been gaande pauwengeroep, heeft dat goed begrepen. ‘Het klinkt als de bazuin van het laatste oordeel’, omschreef schrijver Maarten ’t Hart de trotse schreeuw in een column. Maar niet alleen die gil, het is vooral zijn kleurrijke staart die de pauw zo fier maakt. Het is puur uiterlijk vertoon om de o zo lelijke vrouwtjespauwen parmantig te imponeren met als doel een lucratief potje seks voor de ogen van de kinderboerderijbezoekertjes. Hoe mooier de staart van het mannetje, des te groter de kans dat hij met het vrouwtje mag paren, zo heeft seksuele evolutie bepaald.

Helaas voor de collegevoorzitter ontbreekt dergelijke uiterlijke praal op de universiteit. Door het gedrochtelijke uiterlijk van de Thomas van Aquinostraat, het Spinozagebouw en het Bestuursgebouw worden maar weinig mensen verleid. Niets is zo troosteloos als de leegheid van de Refter, de betonnen corridors van het Erasmusgebouw of de glanzende glasplaten van de Aula. Als de seksuele wetten van de natuur ook op de universiteit van toepassing waren, zouden er verdomd weinig nakomelingen zijn: er is geen enkel uiterlijk vertoon.
Het schaamrood staat op de kaken wanneer het academische jaar weer in een Gymnasion-sporthal wordt geopend, waar het onwelriekende studentenzweet de universitaire plechtigheid nasaal verkracht.

Of neem de literaire Frans Kellendonklezing, vorig jaar. In Nijmegen wordt een lezing van allure niet uitgesproken in een imposant Academiegebouw zoals in Groningen, een Maagdenhuis zoals in Amsterdam, of de Leidense Pieterskerk: nee, Arnon Grunberg hield zijn praatje in de onesthetische Lammerszaal van de medische faculteit. En daar moet de Radboudiaan dan trots op zijn.

Deze maand wordt de Frans Kellendonklezing gehouden door Désanne van Brederode (u vindt een interview met haar verderop in dit prachtige blad). Gelukkig niet meer op de locatie van vorig jaar, maar nog steeds niet in een smakelijke omgeving zoals de St. Stevenskerk of Huize Heyendael. Zij zal in Nijmegen helaas niet verrast worden door een prachtige pauw, die trots zijn verentooi etaleert, maar door een krassende papegaai (Psittacidae) met slechts één talent: het imiteren van Rita Verdonk. ‘Wij zijn trots op Radboud!’

Laat een reactie achter